| < Terug naar Home |
![]() 08-12-2009 (MT 730) Cijfers. Docenten proberen ze vaak tot achter de komma te verantwoorden. Hele beoordelingsschema's worden ontwikkeld om de leerling te geven wat hem toekomt: een 6,3 is natuurlijk weer iets héél iets anders dan een 6,4. Nog scherper ligt het bij een 5,5, want een onfortuinlijke 5,4 kan de leerling bij het slotrapport een jaartje extra kosten. Alleen al dáárom zijn docenten gehouden om gefundeerde beoordelingen te geven. Bij theoretisch, schriftelijk werk, is het eenvoudig om het aantal gevraagde antwoordelementen te tellen en op basis daarvan een nette berekening voor het cijfer te maken. De meetlat is duidelijk en iedereen kan het nameten. Dat ligt anders bij vakken als drama, dans, beeldend en muziek. Daar wordt vaak hart en ziel gelegd in het produceren van een toneeldansschilderijliedje en die inzet wil de docent graag belonen. Het cijfer als compliment en stimulans. In de onderbouw speelt dit een grote rol: de leerling moet daar vaak "zijn best doen" om een onvoldoende te halen. Relativering is echter ook op zijn plaats. Ook met een 9,3 blijft een gemankeerde sketch een gemankeerde sketch, een houterige dans wordt niet vloeiender van een 9,7, een slechte vlakverdeling niet uitgegumd door een 9,4 en een 9,1 voor vier keukenmeidenakkoorden in een popliedje brengt het conservatorium niet dichterbij. Het cijfer is ook een indicatie van aanleg en vaardigheid met het oog op mogelijke vervolgstudies. Dat element is weer veel belangrijker in de bovenbouw. Natuurlijk zijn ook daar criteria, maar de docent kan zich niet achter rekenkundige trucjes verbergen: zijn/haar oordeel is gewenst. Hoe was de timing? Wat was de moeilijkheidsgraad? Hoe was het materiaalgebruik? Hoe was de zuiverheid? Bij dat oordeel vaart de docent soms op wat minder vastomlijnde zaken, zoals zijn ervaring, zijn visie op het vak, zijn smaak. Niet altijd even gemakkelijk om uit te leggen aan leerlingen, zeker niet als die op zoek zijn naar een compliment voor hun inzet. Maar wel reëel. We zitten tenslotte in de maatschappij ook niet te wachten op wiskundigen die 2 plus 2 bijna goed weten op te tellen. Vroeger was het overigens een stuk makkelijker. Daar zei de meester gewoon tegen de gezel: "Je bakt er geen hout van, ga jij maar verf roeren." We horen het de 17e eeuwse Frank Tarenskeen zó zeggen. Niks geen criteria en gezeskommavier. Werkte prima. 07-12-2009 (MT 729) Uit een recent onderzoek* komt naar voren, dat we onze jongeren verwaarlozen. Ouders hebben het blijkbaar zo druk met zelf jong en mooi blijven, dat al dat geopvoed maar een hinderlijke bezigheid is. Dat houden ze dan ook het liefst buiten de deur. Thuis moet het vooral g-e-z-e-l-l-i-g blijven. Deze plukdedaginstelling en laissezfairelaissezpasserattitude (yes!) van ouders zou de veroorzaker zijn van onderpresteren, alcoholzucht, schoolverzuim, schulden, vetzucht en meer van dat moois. We zijn benieuwd of dit onderzoek al zijn weerslag heeft gehad op de oudergesprekken die vanavond hebben plaatsgevonden. Docent: "Dag mevrouw, mijnheer, ouders van Jantje?" Vader: "Jazeker mijnheer, zijn rapport is niet best hè." Docent: "Tsja, dat komt, Jantje wil helaas niet deugen. Hij doet zijn huiswerk niet, hangt in zijn stoel, let niet o...." Moeder: "Wat nou! Jantje doet toch z'n best! U kunt gewoon niet lesge..." Vader: "Hoho schatje! Niet te haastig, wat hebben we nu net in de krant gelezen? Sorry mijnheer, mijn vrouw is mooi en jong, maar niet zo verantwoordelijk, ziet u." Moeder: "...!?" Docent: "Geeft niet, ik zie dat vaker. Niet zo verantwoordelijk bedoel ik. Over haar schoonheid heb ik geen oordeel. Wat mij betreft kan haar geverfde tronie voor een Picasso doorgaan, maar ik verlaat mij voor het moment gaarne op uw afwijkend esthetisch inzicht." Vader: "Dank u, dat is aardig van u. Moeder: "...!!?" Vader: "Zouden we thuis als ouders iets kunnen betekenen om de schoolprestaties te bevorderen?" Docent: "U zou er misschien eens voor kunnen zorgen, dat hij een goede studieplek heeft met niet teveel afleiding en u zou Jantje eens kunnen houden aan een uurtje huiswerk per dag." Moeder: "Ja hé, hallo, dan loop ik de hele dag te controleren, ik heb wel wat bet..." Vader: "Ho schat, daar ga je weer, dat is modern ouderlijk hedonistisch egoïsme, meid. Mijnheer heeft een punt." Moeder: "...!!!?" Docent: "Misschien kunt u meteen ook eens vragen of hij zijn tas met enige aandacht wil inpakken, dat hij zijn agenda raadpleegt, dat ie z'n broek optrekt, dat ie leert te spreken met twee woorden en niet te pas en te onpas zijn brutale mond opentrekt, dat hij op tijd naar bed gaat, dat hij op tijd weer opstaat, dat er enige regelmaat in zijn dag...." Kijk, dan zou zo'n docent weer eens aan lesgeven toekomen. *"De grenzeloze generatie", Frits Spangenberg en Martijn Lampert, dec. 09 uitgeverij Nieuw Amsterdam 04-12-2009 (MT 728) Resurrecturis* 02-12-2009 (MT 726) Nikita, waarom?
| ![]() |