24-11-2009 (GL 720
Gisteren werden we even verrast door de FD-ijver van Dalou. Gelukkig wel. Want anders hadden we moeten schrijven over de appeltaart van Senna. Het "Sjiesjut" van Bas. Het vest van Evangeline om de schouders van Naud. De drijfnatte Robin en Dionne. De spotprent van Tom. En die van Lotte. En die van Nick. En het traantje in de ooghoek van Birgit. Maar dat zou teveel geweest zijn voor een maandag. Dus kozen we voor de korte weg. Want Dalou schreef een hele lange FD. Zo lang, dat Danielle Geenen vanmorgen besloot om hem niet meteen te lezen zo 's ochtends op de lege maag. Maar die zou niet lang leeg blijven. De snoeppot zat namelijk weer eens vol. Vanmorgen dan. Vanmiddag na alle vergaderingen en andere dagelijkse taken zat er nog slechts een bodempje in. Katjes. Tsja. Dan maar een stukje over de mannetjes in lokaal 15. We deden even net of ze er niet waren, maar ze waren er wel. Ze deden nog wel een beetje stil, maar konden niet voorkomen dat de aandacht toch naar ze uitging. Gelukkig voor 5C deden ze wat aan de herrie van de beamer. Of toch niet? Wordt vervolgd?
23-11-2009 (DL kl 4, 719
Vandaag hadden we een gesprek over niet bestaande getallen. We hadden het gesprek met mensen die iets hiervan afwisten en wiskunde D hebben. De zogenaamde bètamensen. Nu horen we al mensen denken: huh? Wiskunde D? Bestaat dat? Ja, dat bestaat, maar wordt niet op onze school gegeven. We hadden daarom dit gesprek ook met mensen van een andere school.
Niet bestaande getallen. Dat heet met een chique woord imaginaire getallen, en ze worden aangegeven met een i. Wij, de alfapersonen, die met veel gezucht en gesteun toch maar wiskunde a hebben gekozen, omdat dat handig/verstandig is voor een vervolgopleiding, wij praten wel eens met bètamensen over dit soort rare getallen.
Deze gesprekken gaan meestal vrij moeizaam. Deze bètamensen beweren dat ze kunnen rekenen met niet-bestaande getallen. Hoe…? Hoe kan dat? Wat valt er uit te rekenen aan iets dat niet bestaat keer twee? Hoe zouden we nou moeten rekenen met getallen die er niet zijn? Dat leek ons net zo iets als pannenkoeken bakken, maar dan zonder gasfornuis. En dan erna toch lekker het beslag oppeuzelen. Het is totaal - niet - te - begrijpen.
Maar goed, we hadden het over niet bestaande getallen. De wiskunde D mensen gaan het ons proberen uit te leggen. Na alle verwarring over het niet-bestaan van i stellen ze ons eerst even gerust: het komt allemaal wel goed.
Daarna leggen ze ons uit dat een rekenregel van wiskunde D is: i2= -1. Nou ja zeg! We schatten in dat iedereen, met of zonder wiskunde, ons kan vertellen dat dit onzin is! Maar goed, dat is dan een afspraak, iets wat je moet aannemen.
Oké, we nemen braaf aan dat een of andere vage letter in het kwadraat -1 kan zijn. Nu kijken de wiskunde D mensen al iets blijer, ze krijgen weer een klein beetje hoop dat het misschien toch nog lukt om dit hele gedoe uit te leggen.
Dan vertellen ze verder, over berekeningen (wij haken alweer af), over assenstelsels, over reële en complexe getallen, enzovoort, enzovoort.
Er valt een stilte.
We begrijpen er helemaal niks van. Kijk, als je nou over niet bestaande woorden begint kunnen we weer meepraten. Die bedenk je zo even. Om nou bij een som met een niet bestaand getal een oplossing te bedenken/berekenen, daar moet je meer moeite voor doen.
Niet bestaande woorden hebben we zo bedacht/gevonden. Zo heb je bijvoorbeeld het woord: waandacht. De betekenis: het idee dat je aandacht krijgt, zonder het daadwerkelijk te krijgen. Of wat dacht je van het woord leeslip. Dit is een speciaal voor de communicatie met doven ontwikkelde voorbindlip. Zo kunnen we nog wel even doorgaan met woorden noemen, zoals yoghurthond, zandlachje*, baardbedenker*, posterwater* en een mozeseend*. Hadden we maar (sommige) niet bestaande vakken op school. Zoals pauzekunde en/of pauzewetenschappen. Daar leer je dan hoe je het beste je pauze door kunt komen. Met veel praktijklessen natuurlijk!
Weer een stilte.
Nu kijken de wiskunde D-mensen ons heel wazig aan. Ze slaken een diepe, diepe zucht, schudden hun hoofd, en beginnen maar weer over de laatste roddel over het sinterklaasfeest van Angela. Wij alfa’s snappen toch niks van getallen.
 *wil je de betekenissen weten van deze woorden? Klik dan hier.
20-11-2009 (MT 718
's Avonds laat liepen we door het Vlaamse Gas, het bekende steegje in het centrum van Nijmegen. Niet een plek waar we normaal verblijven om elf uur 's avonds, maar dat bleek anders voor onze ex-leerlingen. Op de honderd meter dat het steegje lang is, kwamen we er maar liefst drie tegen: Axel, Freek en Hanneke. Gezien de twijfelachtige reputatie van het Vlaamse Gas voelde het alsof we betrapt werden bij een illegale drugstransactie, maar we waren toch echt op weg naar een eervolle bestemming: het optreden en de cd-presentatie van de band Automatic Sam in de NDRGRND. Gelukkig maar dat we Hanneke tegenkwamen ("Wat?! De NDRGRND!!?? Gaat ú daar naartoe!?"), anders hadden we die kelder nu nog gezocht. Elf uur 's avonds is normaal een tijd waar we een véél zachtere kant op denken dan een hardrockkelder, maar bij aankomst bleken we samen met Frank Tarenskeen zowat de eerste gasten te zijn. De studenten schoven pas om een uur of twaalf de vloer vol, waarop het concert een uur later dan aangekondigd begon. Automatic Sam heeft als frontman Pieter Holkenborg, ex-muziekleraar van Notre Dame, waarschijnlijk ook bij niet-muziekleerlingen bekend vanwege zijn kenmerkende bakkebaarden, zo ongeveer tot op z'n knieën. Het was een bijzonder energiek en strak optreden van Pieter en hij kreeg alle meiden aan het dansen, dus al met al echt een supergig. Achterin de zaal konden zijn belegen ex-collega's tevreden vaststellen, dat er in de rock sinds Jimmy Hendrix toch eigenlijk niet zo gek veel veranderd is, al hadden ze voor die vaststelling - gezien de stand van de volumeknop - ook ergens in een wei voorbij Leuth kunnen gaan staan. Sterker nog. Het deksel trilde zelfs bijna van Jimmy's graf af. En dat bevindt zich in Seattle.
19-11-2009 (MT 717
Een school is een warme broedplaats voor het ontstaan van nieuwe woorden en begrippen. Een slootje is al lang geen 1.  brede en diepe greppel van beperkte lengte of 2. beperkte hoeveelheid (een ~ melk in de koffie) meer. Zoals wij een slootje kennen staat het nog niet in de Dikke Van Dale, maar we gebruiken het woord in die zin veelvuldig en langdurig. Ooit zijn vanuit de school mentoruur en studieuur aan de Nederlansche woordenschat toegevoegd, maar het kan nog veel langer: studievaardighedenuur, gymactiviteitenuur en loopbaanoriëntatieënbegeleidingsuur (in de wandel een LOB-uur). Allemaal niet in het woordenboek, maar wel in gebruik. Het beestje moet tenslotte een naam hebben om te weten waar je moet wezen om wat te doen. Projectspullen zoek je in de projectenkast. Bij de personeelsconsulent kun je een beroep doen op een cafetariaregeling.* Enzovoorts. Het komt er allemaal maar bij op de grote hoop. Soms hoor je nieuwe woorden met een poëtische kwaliteit. Zo worden er op het secretariaat door Trix Kranenburg printjes van onduidelijke herkomst gewittebakt. Deze worden - zo bedoelt zij - bij het oud papier in de witte bak gegooid. Deze vondst opent een hele nieuwe horizon van neologismen. "Gauw mijn printjes plastictassen voordat ze gewittebakt worden!" "Heb je die proefwerkenveloppen al gepersoneelskamertafeld?" "Wat zit die klas daar ongemotiveerd te laatsteüren." Mooie werkwoorden, waarvan we er met z'n allen toch een paar moeten zien te woordenboeken. Een woord als wittebakken verdient dat gewoon. Graag allemaal steunberen luitjes!
* Met zo'n naam komt een regeling al bij voorbaat in kwade reuk te staan!
18-11-2009 (MT 716
Lezend in kunstautobiografieën van leerlingen uit klas 4, worden een paar dingen duidelijk: er zijn maar weinig leerlingen die zich onderscheiden door een nieuwsgierige, onderzoekende houding waar het muziek, film en dans betreft. Veel wordt snel generaal afgeserveerd als "geen donder aan", "niets voor jongeren" of "niet mijn ding". Een beetje de sfeer van de Sowjet Unie onder Breznjew: NJET. Een totalitair njet tegen klassieke muziek en jazz, njet tegen ballet en moderne dans, njet tegen films waar niet om de drie shots een lijk ligt of een special effect voorbij dendert. Wat wel in de smaak valt, is doorgaans mainstream, overbekend en weinig uniek. Vreemd genoeg vaak in zinnen beschreven die openen met : "Mijn smaak is...." Wat meer conform de werkelijkheid zou zijn: "De heersende smaak is op dit moment..." en "ik hoor bij de massa die daar braaf achteraan hobbelt". Wat eigenlijk heel gek is, want leerlingen willen toch ook weer graag uniek en bijzonder zijn. Een dilemma: hoe steek ik gevaarloos mijn nek uit. Leerlingen die blijkens hun autobiografie niet zwichten voor de njet-cultuur, hebben één ding gemeen: bijzondere ouders. Die namen hun kinderen al jong mee naar concerten, voorstellingen en musea. Haalden eens een keer iets anders uit de videotheek dan een hollywoodfilm. Serveerden aan de keukentafel waarschijnlijk niet meteen alles af dat maar even afweek van de populaire norm. Blijkbaar levert dat kinderen op, die de luiken iets verder open hebben staan. Mooi. Ouders doen er toe. Een doekje voor het bloeden als boven - eerder aan klassiek geroken, jazz beluisterd - de stereo op tien gaat met snoeiharde Berlijnse punkrock. Nu dus even helemaal zijn of haar eigen ding.
< Ouder 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31Nieuwer >